Dupuytren

 DE ZIEKTE VAN DUPUYTREN
    en ziekte Alzheimer
                         

Dupuytren is een ziekte van het weefsel dat zich bevindt tussen de huid van de handpalm en de onderliggende structuren zoals bloedvaten, zenuwen en pezen. Op een bepaald weefsel begint het weefsel te krimpen en vormen zich knobbels en koorden onder de huid. Deze huid gaat om zijn beurt mee schrompelen en trekt de vinger in een buigpositie wat we een buigcontractuur noemen. Bij toenemende contractuur gaat de handfunctie in het gedrang komen.Er zijn verschillende vormen van dupuytren gaande van zeer agressieve vormen tot vormen waarbij alle vingers worden aangetast. Meest frequent worden pink en ringvinger betrokken in het proces.

 Wat betreft de heelkunde bestaan er verschillende heelkundige benaderingen. Een algemene richtlijn is het behandelen van de functionele hinder, d.w.z. als de handpalm niet meer plat op de tafel kan gelegd worden komt de patiënt in aanmerking voor correctie. Er is één uitzondering ,namelijk als er een pijnlijke knobbel aanwezig is.De operatie wordt best uitgevoerd met een loepebril om alle kleine bloedvaten en zenuwen in het licht te stellen en de risico’s voor een letsel hieraan tot een minimum te beperken.Het is geen medische fout een zenuw door te snijden ,maar  wel een doorgesneden zenuw niet te herstellen.

-------------------------------------------------------------------------


Het was Guillaume Dupuytren die in 1831 voor het eerst de juiste aandoening van de contractuur beschreef.

 

Het erfelijk aspect bij de ziekte van Dupuytren


Voordracht door Professor-Dokter K. DEVRIENDT van de K.U. Leuven.

Op zaterdag, 2 oktober 1999, om 09h30, ging er in de vergaderzaal gelegen in de gebouwen van het departement Sociale Wetenschappen, E. Van Evenstraat 2C te 3000 Leuven een voordracht door over de menselijke erfelijkheid.
Professor-Dokter K. DEVRIENDT van de K.U. Leuven was onze gastspreker. Hij had zich speciaal voor deze lezing vrijgemaakt. De voordracht werd opgesplitst in twee delen: enerzijds de menselijke erfelijkheidsleer en
anderzijds de toepassing hiervan bij de ziekte van Dupuytren. 

Aan de hand van eens reeks dia's sprak Professor-Dokter K. DEVRIENDT over de basiskennis van het erfelijk materiaal. Alle mensen zijn verschillend en elke mens is opgebouwd uit cellen. Iedere cAlle mensen zijn verschillendel heeft een kern en deze kern bevat chromosomen (46 in aantal). De chromosomen komen voor in paren. De 22 eerste noemt men de lichaamsbepalende chromosomen. Het 23e paar zijn de geslachtschromosomen; XX voor de vrouw en XY voor de man. Het geslacht
wordt dus bepaald door het Y chromosoom van de man.Het geslacht wordt door de vader bepaald In het laboratorium kunnen de chromosomen zichtbaar gemaakt worden, meestal vertrekkend van witte bloedcellen. Afwijkingen in aantal of vorm van de chromosomen zijn een veel voorkomende oorzaak van aangeboren afwijkingen, meestal gepaard met verstandelijke handicap. Het syndroom van Down (mongolisme) is de meest voorkomende aandoening, en wordt veroorzaakt door een extra chromosoom 21. In de meeste gevallen betreft het hier een nieuwe genetische fout, en is dit dan ook niet erfelijk. 

Chromosomen zijn samengesteld uit DNA, dat onder de vorm van chromosomen opeengepakt zit. Een bepaald gedeelte van het DNA dat erfelijke informatie bevat voor één welbepaald erfelijk kenmerk noemen we een gen. Men schat dat er tussen de 50.000 en 100.0000 genenparen verspreid zijn over de 46 chromosomen. Via de chromosomen worden alle eigenschappen van de ene generatie op de andere generatie overgedragen. Niet alleen de normale eigenschappen van een mens, maar soms ook fouten, die aanleiding kunnen geven tot een erfelijke aandoening. 

Erfelijke aandoeningen kunnen onderverdeeld worden afhankelijk van hun overervingspatroon. 

-1)  Dominant erfelijke aandoeningen zijn het gevolg van een fout in één gen van eDominant erfelijke aandoeningen genenpaar. Het foute gen gaat het gezonde gen als het ware overheersen. De kans op het ontstaan van nieuwe dergelijke fouten neemt toe met de ouderdom van de vader. Wanneer één van de ouders drager is van deze aandoening, dan is het risico om een dominant erfelijke aandoening over te erven 50% bij elke nieuwe zwangerschap. In vele gevallen is de uiting van de aandoening zeer wisselend (variabele expressie) en soms zelfs afwezig bij personen die er drager van zijn (verminderde penetrantie).
Bekende aandoeningen die niet geslachtsgebonden, dominant worden overgeërfd zijn o.a. achondroplasie of dwerggroei, de ziekte van Huntington, de spierziekte van Steinert, neurofibromatose, de ziekte van Marfan en polycystische nierziekte.

-2)  Recessief erfelijke aandoeningRecessief erfelijke aandoeningen worden overgedragen als zowel de vader als de moeder dit afwijkende gen bezitten, zonder dat ze zelf ziek hoeven te zijn. Pas als beide chromosomen het afwijkend gen dragen, komt de aandoening tot uiting. Hier spreekt men van recessieve aandoeningen en het risico ze door te geven aan kinderen bedraagt 25%. Er zullen gemiddeld genomen 25% gezonde kinderen zijn en 50% zullen drager zijn van de ziekte. De meest frequente autosomaal recessieve aandoening bij onze bevolking is mucoviscidose (taaislijmziekte) Ook een groot aantal stofwisselingsziekten
worden op deze manier overgeërfd. 

-3)  Geslachtsgebonden aandoeningen treffen vooral jongens, maar worden ovGeslachtsgebonden aandoeningergedragen door meisjes. Het foute gen ligt op het X-chromosoom en daarom spreekt men van een X-gebonden of geslachtsgebonden afwijking. Het risico van een dergelijke afwijking is voor elke zoon van een moeder-draagster 50%. Het risico voor elke dochter dat zij ook draagster is, is 50%. De vader kan de ziekte niet overdragen op zijn zonen, wel op al zijn dochters. Die zullen niet ziek zijn, maar de kans dat ze de ziekte overdragen op hun zonen bedraagt 50%. Voorbeelden van X-gebonden aandoeningen zijn hemofilie of
bloedstollingsziekte, de spierziekte van Duchenne, kleurenblindheid en X-gebonden mentale achterstand.

-4)  Polygenische aandoeningen worden veroorzaakt door een combinatie van meerdere genen. Een hele reeks functies en kenmerken worden bij de mens geregeld door meerdere genen, elk met zijn eigen specifieke bijdrage. De werking van deze genen wordt door de omgeving beïnvloed. Men spreekt daarom van multifactoriële overerving (door verschillende omstandigheden of factoren bepaald). Klassieke voorbeelden van normale multifactoriële kenmerken zijn de
lichaamsgestalte en de intelligentie. Multifactoriële afwijkingen zijn o.a. spina bifida (open ruggetje), lip- en verhemeltespleet, klompvoeten en aangeboren hartafwijkingen.

Wanneer we de erfelijkheid van de ziekte van Dupuytren onderzoeken vertrekken we van de opmerkelijke vaststelling dat er een duidelijke geografische variatie is. In Noord-Europa komt de aandoening veelvuldig voor, maar naarmate men in de richting van Zuid-Europa gaat vermindert de frekwentie van de aandoening. Het voorkomen van de ziekte in Afrika en Azië is uiterst zeldzaam.
Mogelijke verklaringen hiervoor zijn ofwel een bepaalde omgevingsfactor die de aandoening veroorzaakt en die enkel in Noord-Europa voorkomt, of anderzijds, bepaalde genetische factoren die enkel bij deze bevolkingen aanwezig zijn. Argumenten voor dit laatste komen van andere populatiestudies. Landen zoals Australië de VS en Canada kenden in de voorbije eeuwen een massale migratie uit Noord-Europa. De ziekte van Dupuytren komt in deze contreien dan ook frekwenter voor. De Noord-Europese inwijkelingen liggen aan de basis hiervan. Dit blijkt ook uit de vaststelling dat personen in Zuid-Frankrijk die voor Dupuytren behandeld worden frekwenter blauwe ogen hebben (70%), en dit in vergelijking met slechts 40 % blauwe ogen bij personen die andere aandoeningen hebben. Blauwe ogen is een typische erfelijk kenmerk van de meer noordelijke "Keltische" populatie.

Genetische factoren spelen dus een belangrijke rol, en dit werd ook aangetoond door familiestudies, uitgevoerd door Ling in Edinburgh, Schotland (1963). Bij eenvoudige navraag bij patiënten met de ziekte van Dupuytren bleek dat ongeveer 16% nog een familielid had met de aandoening. Wanneer hij echter deze families zelf ging onderzoeken bleek dat in bijna 68% van de gevallen de aandoening in de familie voorkwam. Het risico van de aandoening was afhankelijk van de leeftijd en van het geslacht: mannelijke eerstegraads verwanten ouder dan 60 jaar hadden 53% kans op de aandoening, vrouwelijke verwanten ouder dan 60 jaar hadden 33% kans op de aandoening. Ook dit suggereert zeer sterk een erfelijke factor. 
Nochtans kan erfelijkheid niet alles verklaren. Eeneiige tweelingen hebben volledig identieke chromosomen, en voor een aandoening die 100% door erfelijke factoren bepaald wordt verwachten we dat als één van de twee de aandoening heeft, de andere deze ook steeds zal vertonen. Welnu, bij de ziekte van Dupuytren geldt dit niet steeds zo: er zijn verschillende eeneiige tweelingen gekend waarbij slechts één van de twee de aandoening heeft, en de ander niet. Dit suggereert dat een erfelijke factor wel degelijk een rol speelt, maar dat er andere factoren zijn die een rol spelen in het tot stand komen.

De overerving wijst meest waarschijnlijk op een autosomaal dominante aandoening, maar met beperkte penetrantie en variabele expressie (alhoewel een multifactoriële aandoening eveneens mogelijk is).
Voor sporadische gevallen (waar in de familie niemand anders is met de aandoening) kan een recessieve aandoening niet echt uitgesloten worden. Een X-gebonden overerving zou het frekwenter voorkomen bij mannen kunnen verklaren, maar dit is weinig waarschijnlijk, aangezien de aandoening kan overgeërfd worden van vader op zoon.

Tot op heden zijn de genen die een rol spelen bij de ziekte van Dupuytren niet gekend. Enkele omgevingsfactoren zijn reeds gekend: studies hebben gewezen op het belang van roken, mogelijk ook alcoholgebruik en van trauma bij het ontstaan van de ziekte van Dupuytren.

We mogen verwachten dat binnen een aantal jaren meer duidelijkheid komt betreffende de lokalisatie van het gen voor Dupuytren, met uiteindelijk het isoleren van genetische factoren die een rol spelen in het ontstaan van de aandoening. Het belangrijkste gevolg zal waarschijnlijk zijn dat men een beter inzicht krijgt in het ontstaan van de aandoening, en, op lange termijn, met een betere remedie tot gevolg.


Professor-Dokter K. DEVRIENDT
Universitair Ziekenhuis Gasthuisberg
Centrum voor Menselijke Erfelijkheid
Herestraat 49
3000 Leuven
016/34.59.03

Bibliografie: met dank aan Prof. J.P. FRYNS, verantwoordelijke uitgever van
de brochure "Bruine of blauwe ogen - Erfelijkheid In De Kijker" Herestraat 49,
3000 Leuven

Niet-operatieve behandeling

Tegenwoordig is behandeling van de ziekte van Dupuytren mogelijk zonder operatie met behulp van de zogenaamde naaldaporeunotomie. De procedure die bij deze manier van behandeling gevolgd wordt, staat hieronder beschreven.

Om te beginnen wordt tussen de huid en de verdikte apeuronose een mengsel van een Prednison preparaat en Lidocaine (verdovend middel) 1 op 5 ingespoten. Vervolgens wordt met een speciale naald de contraherende streng doorgenomen. Er is geen andere anaesthesie nodig. De behandeling duurt slechts ongeveer een half uur. Gedurende 6 weken moet de patient strekoefeningen met de vinger doen.

Samengevat zijn de voordelen van de naaldaporeunotomie ten opzichte van de eerder genoemde operatieve behandeling als volgt:
  • Geen anaesthesie nodig

  • Behandeling duurt slechts 30 minuten

  • Zeer weinig complicaties

  • Recidief niet hoger dan bij operatieve behandeling

  • Bij recidief is eenvoudig nieuwe behandelig mogelijk

  • Minder en minder ernstige complicaties

  • Korte wachttijden

  Ik heb zelf  reeds 3x een ingreep ondergaan.
eerste maal in 1991 door
Dr. Dirk Vanlommel  onder plaatselijke verdoving (rechter hand )
tweede x in  2004 door Dr. Annie Steenwerckx 
nu onder algemene verdoving (narcose) (linker hand )
derde x  in 2005 ook door
Dr. Annie Steenwerckx    onder algemene verdoving (narcose ) (rechter hand )
gebeurde steeds in Hasselt Virga Jesse Ziekenhuis.
goede dokters ,ik ben er heel tevreden over
(handen terug goed
)

laatste operatie 19 juli 2005

(3 foto's ) van    mijn rechterhand  8 dagen na ingreep(draadjes zitten er nog in ) en één maand verder
en..........3 maand verder alles tip top in orde ,

in daghospitaal
s'morgens om 8 uur binnen ,en rond 16 uur terug buiten

 

Links over de ziekte van Dupuytren

http://www.vlaamspatientenplatform.be/leden.html

http://www.orthopedie-roeselare.be/docs/Ziekte_van_Dupuytren.pdf

http://www.hulporganisaties.be/pages/details.asp?lng=NL&Id=1004

Ziekenhuizen en Medisch Centrums

Medisch Centrum  3582 Beringen  Tel. 011-45 76 00

 

Madisch Centrum Tessenderlo 

Belgische ziekenhuizen

Ziekenfondsen
Christelijke Mutualiteit
Liberale Mutualiteit
Neutrale Ziekenfondsen
Onafhankelijk ziekenfonds
Socialistische Mutualiteit
Vlaams Neutraal Ziekenfonds

UNIVERSITAIRE
Ziekenhuizen
Leuven

Onderzoek naar alzheimer in stroomversnelling

Onderzoek naar alzheimer in stroomversnelling

 
Een team van internationale wetenschappers, met onder meer de Vlaamse professor Christine Van Broeckhoven, heeft het onderzoek naar alzheimer in een stroomversnelling gebracht. Volgens Van Broeckhoven gaat het om de grootste doorbraak in vijftien jaar.
 
Wat er dan wel ontdekt werd? Dat de genen ApoJ, CR1 en PICALM een rol spelen in de aanmaak van het eiwit dat plakken vormt in de hersenen van alzheimerpatiënten.
 
"Competitieve business"
In de jaren negentig werd een eerste genetische risicofactor geïdentificeerd en pas nu konden er drie andere met zekerheid worden vastgesteld. "Het onderzoek naar alzheimer is een erg competitieve business", zegt Christine Van Broeckhoven. "Er is veel geld te verdienen met de geneesmiddelen en dat maakt de samenwerking tussen verschillende instellingen moeilijk."
 
Het is de eerste keer dat op een dergelijke schaal internationaal de koppen bij elkaar worden gestoken. De wetenschappers voerden tests uit op 20.000 proefpersonen, waarvan 2.000 in België.
 
30 miljoen patiënten
"De resultaten zullen het onderzoek in een stroomversnelling brengen", aldus Van Broeckhoven. "We zullen beter kunnen voorspellen wie risico loopt om alzheimer te ontwikkelen en er komen meer mogelijkheden om de ziekte af te remmen."
 
Wereldwijd lijden 30 miljoen mensen aan dementie. Binnen twintig jaar zal dat aantal verdubbelen. Wie vragen heeft over het onderzoek kan terecht op vragen.informatie@molgen.vib-ua.be. (belga/svm)

 

Vlaamse Alzheimer Liga vzw

In België lijden naar schatting honderdduizend mensen aan de ziekte van Alzheimer, de belangrijkste oorzaak van dementie bij bejaarden. Hoewel er nog altijd geen behandeling is die de ziekte geneest of vertraagt, zijn er de laatste jaren betere medicijnen om de symptomen te onderdrukken. Ook de diagnose kan vandaag in een vroeg stadium gesteld worden

verdere uitleg ziekte Alzeimer

venster sluiten